Burgas 2027
Van ‘gemiste kans’ tot ‘verbolging’: reacties op Belgische Songfestivaldeelname
Het nieuws dat er toch een Belgische kandidaat in Burgas zal staan, maakt de tongen (op sociale media) los. Een bloemlezing van alle reacties die tot nog toe zijn binnengestroomd.
Vandaag lieten zowel de NPO als VRT weten dat ze toch zullen deelnemen aan het Eurovisiesongfestival in mei 2027, ondanks de aanwezigheid van Israël aldaar. De NPO was belast met die beslissing na het afhaken van AVROTROS. Beide omroepen stellen dat de EBU voldoende aandacht had voor hun grieven.
‘Geen normalisering van toestand in Gaza’
VRT-CEO Frederik Delaplace bleef lange tijd vasthouden aan alsnog een stemming binnen de EBU over de deelname van Israël, maar lijkt nu toch zijn kar te keren. Al ontkent hij dat stellig:
‘We stellen vast dat de EBU de moeilijke maatschappelijke en geopolitieke kwesties niet langer uit de weg gaat. Daarom wil VRT de zoektocht naar een herstel van waar het Songfestival voor staat mee blijven ondersteunen, want de oefening is niet af. Maar verbinding nastreven betekent ook: niet weglopen van het debat, maar met elkaar in gesprek blijven. Op die manier geloven we dat het Songfestival straks weer wel iets kan betekenen voor al wie vandaag lijdt onder oorlog en geweld.’
Hij beseft wel dat de beslissing tot veel onbegrip zal leiden:
‘Het Eurovisiesongfestival vindt plaats in een wereld die wordt geconfronteerd met oorlog, geopolitieke spanningen en maatschappelijke polarisering. VRT heeft daarom begrip voor de zeer uiteenlopende meningen en emoties over deelname aan het Songfestival. Deelname is ook op geen enkele manier een goedkeuring of normalisering van wat er in Gaza en de rest van de wereld gebeurt.’
Tot slot stelt Delaplace dat noch de beslissing van de NPO noch enige andere (politieke) druk heeft meegespeeld.
‘Verbolgen’
De eerste en tot nog toe krachtigste reactie kwam er van de socialistische vakbond ACOD. Die noemt de beslissing ‘een openbare omroep onwaardig‘:
‘We hebben de beslissing van de VRT-directie met afgrijzen en afschuw vernomen. Het toont duidelijk dat de directie geen enkel belang hecht aan de democratische waarden die ze als openbare omroep hoog moeten houden. Wij trekken als vakbond onze conclusies en zullen er alles aan doen om te zorgen dat een Eurovisiesongfestival met Israël als deelnemer niet op VRT zal worden uitgezonden.
Afgevaardigde Wies Descheemaeker ging daar verder op in in De Wereld Vandaag op VRT Radio 1:
‘Onze rode lijn is nu echt overschreden. We geven de VRT-directie en de EBU al drie jaar het voordeel van de twijfel, maar de tijd van zachte acties is voorbij. De enige manier om de EBU ervan te overtuigen dat het anders moet, is door het Songfestival niet uit te zenden.’
Ook de christelijke vakbond ACV is teleurgesteld, maar is voorzichtiger in haar bewoordingen:
‘Gezien de maatschappelijke situatie in Israël lijkt het me onverstandig om toch deel te nemen. We betreuren de beslissing en hadden het liever anders gezien. Het is geen goed signaal.’
‘Gemiste kans’
Ook veel reactie uit politieke hoek. Vlaams minister van Media Cieltje Van Achter (N-VA) wikt en weegt:
‘De voorbije maanden heb ik altijd gezegd dat de EBU het vertrouwen moest herstellen en duidelijke antwoorden moest geven op de terechte vragen van verschillende publieke omroepen. VRT heeft die antwoorden nu beoordeeld en beslist om opnieuw deel te nemen. Dit is bovendien geen blanco cheque: VRT geeft zelf aan dat de oefening niet af is. Wie wil dat de EBU verandert, moet druk blijven zetten aan tafel.’
Vlaams Parlementslid Bram Jaques van Groen is er niet over te spreken:
De VRT had dit jaar de rode lijn kunnen trekken. Ze had ruggengraat kunnen tonen en kunnen laten zien dat mensenrechten en zich uitspreken tegen een genocide belangrijker is dan deelnemen aan een liedjeswedstrijd die al haar geloofwaardigheid verloren is. Ik verwacht van een openbare omroep dat ze kritisch naar de wereld kijkt. Zolang Israël ook deelneemt, is een deelname aan het Songfestival hetzelfde als de genocide mee cultureel witwassen. Dit is een foute keuze.’
Katja Segers van Vooruit beseft dat de VRT onafhankelijk beslist:
‘De voornaamste vraag is of Israël zou mogen deelnemen en het antwoord daarop is overduidelijk neen. Zolang de EBU daar geen duidelijk standpunt over inneemt, zijn we van oordeel dat België een statement zou kunnen maken om niet te gaan. Maar de beslissing ligt bij de VRT.’
Ze vraagt zich ook luidop af wat de reactie zal zijn, als Israël wint, nadat het al twee keer aardig in de buurt kwam.
‘Hypocriet’
Op X noemt Gwendolyn Rutten van Anders de beslissing ‘hypocriet’:
‘Blijkbaar gemakkelijk om te protesteren als het aan RTBF is, maar als VRT dan zelf aan zet komt, plooien ze toch. Er is een duidelijk signaal nodig tegenover Israël en als puntje bij paaltje komt, geeft de VRT dat helaas niet.’
PVDA-fractievoorzitter in het Vlaams Parlement Jos D’Haese roept de VRT op haar beslissing te herzien:
‘Hoe kan je deelnemen aan een liedjeswedstrijd met Israël op een moment dat Israël het staakt-het-vuren blijft schenden, de galgen klaarzet om Palestijnen op te hangen en de kolonisatie van de Westelijke Jordaanoever een turbo geeft? Er zijn nochtans andere landen die tonen dat je andere keuzes kan maken. (…) Dat de VRT toch meedoet, is een beslissing die duidelijk niet gedragen is in ons land.’
Hij besluit met een sneer richting Delaplace:
‘De VRT beweert bovendien dat de deelname geen normalisering of goedkeuring betekent van wat er in Gaza gebeurt. Maar wat is gezellig samen liedjes zingen en dansjes doen met een genocidaire staat anders dan normalisering?’
‘Herhaling van het voorgaande’
Volgens cultuurjournalist Pieter Dumon bij De Morgen neemt de VRT hier ‘een bocht van formaat’:
‘De EBU moest een stelling innemen tegen oorlog en geweld en voor mensenrechten, en een open stemming houden over welke landen wel en niet mochten meedoen. Van dat alles is nog niets terechtgekomen. (…) De VRT heeft het gevoel dat er iets veranderd is bij de organisatie. Ze laten uitschijnen dat de EBU beterschap heeft beloofd, maar maken dat niet concreet. Ik vrees dat we in Bulgarije gewoon een herhaling van voorgaande edities zullen zien.’
‘Verheugd’
Uiteraard een heel ander geluid bij de EBU zelf. Directeur-generaal van de EBU Noel Curran zegt dat in een wereld van oorlog en conflict juist vrede, wederzijds begrip en verbinding belangrijker zijn dan ooit:
‘We hebben geluisterd naar de bezorgdheden van onze leden en ingezien dat fundamentele veranderingen nodig waren. We hebben belangrijke stappen gezet om de governance, de dialoog en de verankering van onze waarden te versterken. We waarderen dat VRT deze beweging erkent en betrokken blijft om samen met ons verder aan de toekomst van het Songfestival te bouwen.
Eerder reageerde Songfestivaldirecteur Martin Green ook al verheugd op de terugkeer van Nederland:
We waarderen de constructieve gesprekken die we met de NPO hebben gevoerd en kijken uit naar een samenwerking die de geest van United by Music ook in dit Songfestival zal weerspiegelen. Sinds de eerste Nederlandse deelname in 1956 is Eurovision nog steeds zo relevant als toen. (…) We zijn blij dat ze onze familie opnieuw vervoegen in Burgas in mei.’
Interne procedures
Zowel de NPO als de VRT zullen nu intern een kandidaat afvaardigen – lees: geen Eurosong-finale dus. Maar een vereiste die nu al vaststaat, afgezien van een goeie act en song, is dat die persoon of groep een olifantenhuid zal moeten hebben voor de harde vragen en commentaren die onvermijdelijk zullen volgen. De weg naar Burgas is lang…