Analyse
Waarom de ‘Eurovision Live Tour’ genadeloos flopte
Op papier zag het er allemaal mooi uit: een reizend circus langs tien van de grootste Europese concertzalen met Songfestivalartiesten van vroeger en nu op het programma. Maar amper twee weken na de start van de ticketverkoop, gooide de EBU al de handdoek in de ring. Hoe kon het zo snel zo mislopen? Kroniek van een voorspelbaar falen.
Het had het kroonjuweel moeten worden van de 70e verjaardag van het Eurovisiesongfestival.
De Eurovision Live Tour die heel (West-)Europa zou rondtrekken in de zomer. Klassiekers als Johnny Logan en Lordi en kandidaten van 2026 stonden op de planning.
Van uitstel komt …
Maar de animo bleef uit en Martin Green kondigde aan dat de ganse tour ‘uitgesteld’ wordt.
De kans is echter zeer klein dat ze er ooit nog van komt, want wie toch al een ticket gekocht had, wordt terugbetaald.
De ticketverkoop liep niet bepaald vlot, zoals net op tijd opgemerkt door de Nederlandse Songfestivaljournalist GJ Kooijman.
Intussen zijn alle concertpagina’s alweer offline gehaald, net als de gerelateerde Instagramposts op het Eurovision-account.
Er zijn verschillende redenen te bedenken waarom de groots aangekondigde tour zo genadeloos flopte. Hieronder sommen we er vijf op.
1. De tour was té groots
Het EBU-plan was bijzonder ambitieus. Tien gigantische arena’s willen uitverkopen, met het Sportpa-, eh, de AFAS Dome in Antwerpen als grootste met 23.000 plaatsen, was vanaf het begin een onmogelijke opdracht.
Fans zijn al verzadigd met jaarlijkse pre-parties en andere Songfestivalgerelateerde evenementen (waaronder bijvoorbeeld, op veel kleinere schaal, onze jaarlijkse Songfestival.be-quiz!).
Plotseling tienduizenden mensen vinden die maar wat graag naar een ander Songfestivalfeestje zouden willen gaan, bleek niet levensvatbaar.
2. De tour was té duur
Er was ook veel kritiek binnen de fancommunity op het prijskaartje. Het goedkoopste ticket in de O2 Arena in Londen kostte al ruim 150 euro.
Ook op onze socialemediakanalen regende het klachten van Nederlandstalige fans die tickets wel erg duur vonden. De EBU vroeg voor velen simpelweg te veel geld voor een ticket.
3. De tour was té vaag
De tour blonk uit in vaagheid over wat er precies op het programma stond. Een blik eeuwig terugkerende artiesten (Johnny Logan, Lordi, Katrina van The Waves) werd opengetrokken, maar volstond dat? Duidelijk niet.
Naast bekende artiesten uit de oude doos, werd ook aangekondigd dat tien finalisten uit Wenen ook zouden deelnemen aan de Tour. Alleen weten we natuurlijk pas ten vroegste midden mei wie dat zouden geweest zijn.
Ongetwijfeld werden veel mensen tegengehouden om tickets te kopen voor een tour waarvan pas over drie maanden bekend is wie eraan zal deelnemen.
4. De tour was té weinig onderscheidend
De Eurovision Live Tour poogde een combinatie van twee bestaande Eurovisie-gerelateerde evenementen te zijn, die jaarlijks in Nederland plaatsvinden: Eurovision in Concert en Het Grote Songfestivalfeest.
Op die manier was er onvoldoende sprake van een unique selling point, om die marketingterm te gebruiken.
Voor grote fans was er te weinig te rapen met weer dezelfde artiesten van vroeger. Voor de ‘modale Songfestivalkijker’ bleek het aanbod van tien onbekende artiesten van dit jaar onvoldoende verleidelijk.
5. De tour hield té weinig rekening met de fancommunity
Toegegeven, de 70e verjaardag was een mooie aanleiding om deze tour te willen organiseren. Maar tegelijkertijd zit het Songfestival onmiskenbaar in zwaar weer.
Vijf landen trekken zich terug en het totale deelnemersveld lag in ruim twintig jaar niet meer zo laag.
De omstreden deelname van Israël en onvrede over het stemsysteem zorgen ervoor dat een steeds groter deel van de internationale fandom van het Songfestival de wedstrijd, of in elk geval de EBU, de rug toekeert.
Conclusie
De Eurovision Live Tour was, met alle respect voor de betrokkenen, bij voorbaat gedoemd om te falen.
Het is onbegrijpelijk dat in de hoogste echelons van de EBU oprecht gedacht werd dat tien dergelijk grote arena’s uitverkocht zouden kunnen worden.
Deze flop is een zoveelste recente blamage voor de koepelorganisatie van publieke omroepen.
Wat deze nog pijnlijker maakt, is dat de organisatie door fans geraakt is daar waar het pijn doet: in de portemonnee.
Ongetwijfeld had de EBU al kosten gemaakt met opties op zalen en van artiesten die het niet zal kunnen recupereren, ook omdat tickets worden terugbetaald.
Het is nog maar de vraag hoe groot de financiële krater is die dit avontuur zal achterlaten.