Opinie
‘Waarom ik hoop dat Israël Songfestival 2026 wint’
Onze hoofdredacteur Jonathan hoopt dat Israël het Songfestival 2026 wint, schrijft hij in dit persoonlijk opiniestuk. Niet omwille van muzikale kwaliteiten, maar omdat dat het enige lijkt te zijn wat de EBU echt wakker kan schudden en tot actie kan nopen. Anders dreigt de de 70e editie van de wedstrijd de laatste te worden.
De genocide in Gaza beïnvloedt de hele wereld. Boycots en betogingen teisteren momenteel de Biënnale in Venetië en de Universiteit Gent. Als een van de meest bekeken televisieproducties ter wereld kan het Songfestival de dans onmogelijk ontspringen.
Geen vacuüm
Vijf landen trokken zich terug en het deelnemersaantal zit op een dieptepunt. Er zijn meerdere aangekondigde betogingen in Wenen en oproepen vanuit omroepen tot een uitzendboycot.
In tegenstelling tot wat de EBU halsstarrig blijft beweren, bestaat de wedstrijd niet in een vacuüm. Stellen dat geopolitieke spanningen en evoluties geen invloed hebben, getuigt van een ongelooflijke naïviteit.
Al in de jaren 1960 gebruikten omroepen uit landen als Spanje en Finland het Songfestival om toenadering te zoeken tot het Europese continent. Dat versnelde na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en Joegoslavië in de jaren 1990.
De grenzen van het fatsoen
Maar nu is alles anders. De afgelopen 2,5 jaar hebben de publieke omroep KAN én regering in Israël de ene na de andere spelregel en de grenzen van het fatsoen overtreden.
Van herhaaldelijk duidelijk politiek getinte songteksten insturen en telkens opnieuw toestemming krijgen om die te wijzigen (in 2024 én 2026) ging het naar meerdere klachten over wangedrag van de Israëlische delegatie.
Van grootscheepse promotiecampagnes betaald door de regering ging het naar actief politiek lobbywerk om Israël in de wedstrijd te houden, inclusief een ontmoeting tussen de president van het land en de voorzitter van de Oostenrijkse organiserende omroep.
Met de rug tegen de muur
Israël heeft het Songfestival ontegensprekelijk politiek geïnstrumentaliseerd en gekaapt. De EBU, en ook de meeste ledenomroepen, staan erbij en kijken ernaar. Slechts enkele, waaronder VRT, spraken zich al wel publiekelijk kritisch uit.
Lang geleden al was de enige logische reactie een onmiddellijke uitsluiting van omroep KAN. Maar na lange tijd helemaal niets kwam de EBU met enkele halfslachtige, vage nieuwe regels die in de praktijk weinig tot niets zullen veranderen.
Het is ook zeer veelzeggend dat de Israëlische delegatie die regels ziet als een persoonlijke aanval, eerder dan een poging tot manier om de wedstrijd weer op het rechte pad te krijgen.
Door inmiddels drie Songfestivaledities te blijven talmen, heeft de EBU nu zichzelf met de rug tegen de muur gezet. De Unie moet wel volhouden dat het Songfestival apolitiek blijft.
Daar nu nog van afwijken zet de deur wagenwijd open voor aantijgingen en verdere spanningen. Hoewel (hopelijk) iedereen inmiddels beter weet.
Een perfecte storm
Zolang onvoldoende omroepen zich uitspreken tegen de verdere Israëlische deelname, zal niets veranderen. De mysterieuze bestuursraad van het Songfestival, die in 2021 besliste om Wit-Rusland niet meer te laten deelnemen, houdt zich angstvallig stil.
Omroep KAN krijgt vrije baan om gretig gebruik te maken van een groot internationaal platform. Het einddoel ligt niet alleen voor de hand, maar ook binnen handbereik: een overwinning.
Net als bij Oekraïne vier jaar geleden zou dat gelden als ultiem symbool dat Europa Israël zou steunen.
In 2024 eindigde het land 2e bij de televoting, maar met veel meer punten dan vorig jaar, toen het de publieksstemming won en zilver pakte in het eindklassement.
Het open deelnemersveld dit jaar kan ervoor zorgen dat de punten van jury en publiek zeer verspreid worden. Een perfecte storm voor Israël, dat inmiddels al drie jaar de stemming tracht te beïnvloeden, om zo boven het maaiveld uit te steken en te winnen.
Kleur móéten bekennen
Ik meen het oprecht als ik zeg dat een overwinning van Israël dit jaar zowel het beste als het slechtste is dat de wedstrijd kan overkomen.
Bij voorkeur uiteraard met een of enkele punten verschil, want dat levert spannende televisie op, en met een verpletterende zege in de televoting.
Alleen dan kan er een schokeffect worden gegenereerd dat zo groot is dat elke omroep en de EBU zelf wel kleur móéten bekennen. En het is net die duidelijkheid die intussen al jaren ontbreekt en die de wedstrijd steeds controversiëler maakt. Dat is een tikkende tijdbom.
Omroep KAN zal in dat scenario koste wat kost het Songfestival willen organiseren op Israëlische bodem. De EBU zal proberen dat te verijdelen omwille van veiligheidsredenen.
Maar hoeveel omroepen durven BBC-gewijs samen met KAN de editie van 2027 te organiseren? In welke mate zouden omroepen de EBU eindelijk op de knieën dwingen om schoon schip te maken en zo de toekomst van de wedstrijd veilig te stellen?
Het begin van het einde
Maar een Israëlische zege volgende week kan ook het begin van het einde vormen voor het Songfestival. Het kan allemaal heel snel gaan. Als te veel omroepen geen geld meer willen pompen in de wedstrijd, houdt het gewoon op. Zo simpel is het uiteindelijk.
Op zaterdag 9 mei liet de EBU weten omroep KAN formeel te waarschuwen omwille van reclamecampagnes op sociale media, die trouwens exact lijken op die van vorige jaren. Er lijkt eindelijk iets te bewegen. Maar het blijft allemaal too little, too late.
Als EBU niet snel tanden toont, erkent dat regels overtreden zijn en daar ook daadwerkelijk gevolgen aan koppelt (!), kan de 70e editie van het Songfestival weleens de laatste worden. De toekomst van de wedstrijd zag er nooit eerder zo somber uit.
Dit is een persoonlijke opinie op naam van de auteur. Heb je zelf een prikkelende opinie over het Songfestival? Laat ze ons weten via [email protected].