EuroHistorie
EuroHistorie (1986-1996) – Oude gewoontes, nieuwe staten én Ierland
Het Eurovisiesongfestival bestaat 70 jaar! In de reeks EuroHistorie blikken we kort terug op de sleutelmomenten die het Europese festival hebben gevormd zoals we dat vandaag kennen. Het liedjesfestijn kwam voor het eerst echt in contact met belangrijke politieke ontwikkelingen op het eigen Europese continent.
De val van de Berlijnse Muur, het einde van de Roemeense dictator Ceaușescu, de ineenstorting van de Sovjet-Unie, de splitsing van Tsjecho-Slowakije en de bloederige Balkanoorlogen met het uit elkaar vallen van Joegoslavië tot gevolg…
Eind jaren ‘80 en begin jaren ‘90 vormden een cruciale periode voor de Europese politiek.Met titels als Keine Mauern mehr (Oostenrijk 1990), Frei zu leben (Duitsland 1990) en Sva bol svijeta (‘Alle pijn in de wereld’, Bosnië & Herzegovina 1993) mag het duidelijk zijn dat de politieke ontwikkelingen op het festival leefden.
Insieme: 1992 van Toto Cutugno, het winnende nummer van 1990, verwees dan weer naar het Verdrag van Maastricht. Dat vormt vanaf 1992 de basis voor de Europese Unie zoals we die vandaag kennen.
Politiek dus ten top op het apolitieke Eurovisiesongfestival. De belangrijkste bijzaak ter wereld moest een antwoord vinden op verschillende uitdagingen. Dat antwoord kwam er, maar wijzigde het traditionele Songfestival grondig.
België: weinig successen
In dit decennium komt België (opnieuw) in het sukkelstraatje terecht op het Eurovisiesongfestival. Na de overwinning in 1986 wordt het jaar daarop nog een 11de plaats neergezet in eigen land (na een turbulent parcours, zie daarvoor hier), maar nadien gaat het opnieuw bergaf.
Op een volgende top 10-notering moesten we wachten tot 1998. Om de neergang compleet te maken kreeg Barbara Dex in 1993 met een schamele drie punten een laatste plaats op haar bord. Dat bleef niet onbestraft…
De laatste Joegoslavische noot
Na de versnippering van de Joegoslavische deelstaten Bosnië & Herzegovina, Kroatië, Slovenië en het huidige Noord-Macedonië was van de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië in 1992 geen sprake meer.
Extra Nena bracht dat jaar haar Ljubim te pesmama dan maar voor de opvolgstaat, de Federale Republiek Joegoslavië (later: Servië & Montenegro). Het werd de eerste en tegelijkertijd ook laatste inzending voor dit nieuwe land.
Enkele weken na het Songfestival in 1992 was het land letterlijk uitgezongen door VN-sancties die het uitsloten van evenementen zoals het Songfestival.
Hoewel de Joegoslavische oorlog verder bleef woeden, bleven de nieuwe onafhankelijke staten niet bij de pakken zitten. Zij meldden zich – samen met een deel van de voormalige Sovjetstaten – prompt aan bij de organisatie van het Eurovisiesongfestival om deel te nemen.
Finaleplaatsen werden duur(der)
Het Eurovisiesongfestival was tot hiertoe beperkt tot één (zaterdag)avond per jaar met één show en een maximaal deelnemersveld van een twintigtal deelnemers.
Maar in 1993 stonden er maar liefst 12 nieuwe landen in de rij om te mogen deelnemen. De EBU zag een dergelijke explosie allesbehalve zitten en trok het deelnemersveld op tot maximaal 25.
Wie die begeerde laatste plaatsjes in ontvangst mocht nemen, werd uitgevochten in de voorafgaande preselectie Kvalifikacija za Millstreet 1993. De drie voormalige Joegoslavische republieken Slovenie, Kroatie en Bosnie & Herzegovina mochten uiteindelijk naar het echte Songfestival gaan.
In de zomer van 1993 introduceerde de EBU een degradatiesysteem: de zeven laagst geplaatste landen moesten de volgende editie overslaan en werden vervangen door landen die niet aan de voorgaande editie hadden deelgenomen.
Op die manier werd plaatsgemaakt voor andere debutanten (in 1994: Estland, Hongarije, Roemenië,Slovakije,Rusland, Polen en Litouwen) zonder de duurtijd van de show in gevaar te brengen.
Dat nieuwe systeem was niet zonder gevolg voor België: door de laatste plaats in 1993 waren we genoodzaakt om het jaar daarop langs de zijlijn toe te kijken. Voor het eerst sinds 1956 was er dan ook geen Belgische vertegenwoordiger op het festival in 1994.
Dominant Ierland, een zekere Céline Dion en stress voor de EBU-supervisor
De grote slokop van dit decennium waren de Ieren. In 1987, in onze eigen Belgische hoofdstad, wist Johnny Logan het Songfestival voor een tweede maal te winnen (na een eerdere overwinning in 1980).
Het bleek maar een voorsmaakje te zijn, want in 1992, 1993, 1994 én nog eens opnieuw in 1996 namen de Ieren de trofee mee naar huis. Geen enkel land wist driemaal op rij het festival te winnen.
Maar ook de buren uit het Verenigd Koninkrijk wisten in die periode hoe ze hoge noteringen moesten halen met vier zilveren noteringen (1988, 1989, 1992 en 1993).
Middenin die Engels-Ierse dominantie sleepte ook een zekere Canadese met de naam Céline Dion in 1988 de overwinning in de wacht voor Zwitserland. Het werd het begin van een decennialange internationale carrière.
Het grappigste en spannendste moment van dit Eurovisie-decennium is dan weer de ontknoping van de stemming in 1991. Na een grotendeels Italiaanstalige show eindigden Frankrijk en Zweden met een gelijk aantal punten op het hoogste schavot.
(lees verder onder de video)
De doemscenario’s uit 1969 doemden al op (meer daarover lees je hier), maar ditmaal was de EBU voorbereid. Het land met het meeste aantal 12 punten was de eindwinnaar. Bij een gelijke stand zou worden gekeken naar de 10 punten en zo verder naar 1.
Frankrijk en Zweden hadden elk viermaal 12 punten gekregen, maar Carola uit Zweden had vijf tienen ontvangen ten opzichte van slechts twee voor Amina uit Frankrijk. En zo was de derde Zweedse overwinning een feit.