EuroHistorie

EUROHISTORIEALGEMEENGESCHIEDENIS

EuroHistorie (1996-2006) – De 21ste eeuw staat voor de deur

Het Eurovisiesongfestival bestaat 70 jaar! In de reeks EuroHistorie blikken we kort terug op de sleutelmomenten die het Europese festival hebben gevormd zoals we dat vandaag kennen. Na een toevloed aan nieuwe landen krijgt het Songfestival dit decennium te maken met nieuwe uitdagingen: modernisering én nog meer nieuwe landen.

Alles moet mee met zijn tijd, ook het Eurovisiesongfestival. De basis van het liedjesfestijn bleef dezelfde: tussen de 23 en 25 deelnemers, één inzending per land en één winnaar.

Het proces om tot die winnaar te komen, onderging eind jaren ‘90 een grondige metamorfose.

Vaarwel orkest en taalregels!

Het Eurovisiesongfestival en een orkest, het was lange tijd een onafscheidelijke combinatie, maar tegelijk een noodzaak. Het reglement van het Eurovisiesongfestival voorzag namelijk dat instrumenten live gespeeld moesten worden.

Die regel werd in 1997 versoepeld: alle instrumenten mochten vooraf worden opgenomen en er moest op het podium niet meer gedaan worden of het instrument werd bespeeld. Het gastland was wél nog steeds verplicht om een orkest te voorzien.

Maar ook die regel hield niet lang stand: vanaf 1999 werd het orkest een mogelijkheid eerder dan een verplichting. De Israëlische omroep voorzag er geen… En zo stierf het orkest een stille dood.

Hetzelfde gold voor de taalregel. Na een eerder experiment midden jaren ‘70, was het ook vanaf 1999 mogelijk om in een taal naar keuze te zingen.

Landen maakten meteen gebruik van die mogelijkheid. De Duitse inzending met Duits, Engels, Turks en Hebreeuws is daar een goed voorbeeld van.

play

Hallo televoting!

In 1997, het jaar waarin het orkest stilletjes naar de uitgang werd begeleid, kwam er tegelijkertijd een nieuw iets dat het Songfestival voor goed zou tekenen: televoting.

Voor de eerste keer maakten vijf landen enkel gebruik van publieksstemmen per telefoon om de winnaar te bepalen.

Dat televoting een blijvend gegeven was, werd nadien snel duidelijk. In 1998 werden alle landen al aangemoedigd om de televoting te gebruiken; zes jaar later werd het in alle landen verplicht. Slechts bij uitzondering kon een jury worden ingezet.

Belgische successen

De Belgische inzendingen scoorden tijdens dit decennium matige tot zéér slechte resultaten. Het dieptepunt kwam er in 2000 toen Nathalie Sorce laatst eindigde. Het was de achtste rode lantaarn in de geschiedenis voor ons land.

De Waalse openbare omroep gooide het drie jaar later over een volledig andere boeg en koos na een interne selectie voor de groep Urban Trad. Met Sanomi werd een song in een denkbeeldige taal gebracht.

Hoewel de verwachtingen quasi onbestaande waren, bracht de groep België op de avond van het Songfestival toch even in extase. Het werd de spannendste puntentelling in jaren, maar uiteindelijk strandde Urban Trad op 2 punten van de uiteindelijke winnaar (Turkije).

(lees verder onder de video)

play

De toon voor de volgende jaren was in ieder geval gezet. De VRT deed in 2004 een verdienstelijke poging met Xandee en haar One Life. Tijdens de finale liep niet alles zoals verwacht en bleek de lijm voor de rest van Europa niet te pakken. België keerde terug naar de lagere regionen.

Ook in 2006 haalde de VRT alles uit de kast om met Kate Ryan een hoge notering te behalen. Ondertussen was de halve finale al ingevoerd. Deze heelhuids doorkomen vormde dan ook de eerste opdracht voor de zangeres.

Het vervolg is bekend: dat lukte net niet. De halve finale overleven zou ook in de jaren daarop nog een lastige klus worden voor België.

play

Van degradatiesysteem naar voorafgaande kwalificatieronde

De organisatie achter het Songfestival bleef ook in dit Eurovisie-decennium worstelen met de toevloed aan nieuwe deelnemende landen.

Na een systeem van automatische degradatie voor de jaren 1994-1995, werd in 1996 een nieuw kader ontwikkeld om de schifting te maken: een voorafgaande kwalificatieronde waarin vakjury’s per land stemden op basis van audiofragmenten.

Wie van de 29 deelnemende landen de top 22 haalde, mocht uiteindelijk deelnemen aan het ‘echte’ Eurovisiesongfestival.

Maar ook dit systeem stuitte op kritiek van de deelnemende landen, in het bijzonder van de Duitsers. Zij vielen uit de boot en waren voor het eerst en tot hiertoe voor het laatst afwezig uit een Songfestivalfinale.

Na nog enkele andere variaties op eerdere systemen, eindigen we uiteindelijk met een systeem dat we vandaag nog altijd kennen: de halve finales, al waren het er tussen 2004 en 2007 maar één in plaats van twee.

play

Wie betaalt, krijgt privileges

Maar in Songfestivalland bleek niet iedereen gelijk voor de wet te zijn.

In 1999 werd een speciale regel ingevoerd voor de zogenaamde Big Four (of Big Five). Dat zijn de landen die de grootste financiële bijdrage leveren aan de EBU. Het gaat dan concreet om Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Spanje, en later ook Italië bij de terugkeer van het land in 2011.

In ruil krijgen zij een automatische plaats in de grote finale… Maar dat is allesbehalve een garantie op succes. Dat mochten onder meer de Britten in 2003 ondervinden met de eerste nil points in hun geschiedenis van het festival.

play

Advertentie