Zit er nog toekomst in het Junior ESF?

Het Junior Eurovisiesongfestival is al jarenlang een zorgenkindje – pardon the pun – van de EBU. Na de veertiende editie van gisteren, op een zondagnamiddag in een piepkleine zaal, komt de vraag weer naar boven hoelang de wedstrijd en de jonge deelnemers het nog zullen uitzingen.

Uit verschillende bronnen sijpelt het bericht binnen dat de kijkcijfers zijn gekelderd in verschillende deelnemende landen, al was dat te verwachten met het nieuwe tijdstip indachtig. De situatie noopt zelfs de vraag of het zelfs nog zin heeft om verder te gaan met het Junior Eurovisiesongfestival, en hoe duurzaam die toekomst kan zijn. Hier alvast drie argumenten pro en contra.

Pro: Hoog aantal deelnemende landen

Gisteren stonden jonge kandidaten uit zeventien landen tegenover elkaar. Dat is meer dan bij het allereerste Junior Eurovisiesongfestival in 2003 (zestien landen), maar gevoelig meer dan amper vier jaar geleden (twaalf landen). Qua interesse van Europese omroepen is het kinderfeestje dus zeker nog in leven, al moet de kanttekening worden gemaakt dat de uitzending in nagenoeg alle gevallen is verplaatst naar een kinderkanaal in plaats van het grootste kanaal van de omroep.

Pro: Goedkopere show

Dit jaar werd de uitzending verplaatst naar een zondagnamiddag en een zaaltje met ruimte voor amper duizend mensen. Ter vergelijking: in 2005 vond het Junior ESF plaats in de Ethias Arena in Hasselt, met een ruim 8000 man publiek. De bedoeling was om de kinderen in een intiemere sfeer te laten optreden, en daar valt zeker iets voor te zeggen. Maar in de eerste plaats is het een duidelijk teken dat de happening stukken goedkoper kan en moet om voldoende deelnemers aan boord te houden. Een lager prijskaartje verlaagt de financiële drempel voor omroepen aanzienlijk, zowel om (opnieuw) deel te nemen als te organiseren. Georgië won gisteren voor de derde keer, maar heeft de organisatie nog niet op zich genomen. Of dat nu wel zal gebeuren, zal de komende weken of maanden moeten blijken.

Pro: De speeltuin

Het Junior ESF is al jaren als het ware een speeltuin geweest voor de EBU om bepaalde zaken uit te proberen op kleiner formaat alvorens ze op het grote ESF toe te passen. Onder meer het openen van de telefoonlijnen nog voor het eerste liedje begonnen was of het invoeren van de 50/50-stemming tussen publiek en jury werd eerst uitgetest in het Junior-evenement. Behalve dat is het ook een belangrijke speeltuin voor omroepen die hun eerste ervaring krijgen met het organiseren van evenementen die in meerdere landen tegelijk worden uitgezonden. Omroepen uit landen als Cyprus, Armenië, Bulgarije en Malta hebben nog nooit een echt songfestival georganiseerd, maar konden al wel ‘proefdraaien’ door het kleinschaligere JESF voor hun rekening te nemen.

Contra: Instabiel deelnemersveld

Dat hoge deelnemersaantal wordt echter niet zonder slag of stoot gehaald. Jaarlijks zijn er verschillende omroepen die thuisblijven en worden vervangen door andere deelnemende landen. Sommige landen nemen slechts sporadisch deel, of keren na jaren terug om dan weer weg te blijven. Dat gebeurde eerder al bij Letland en Kroatië en gisteren nog bij Polen en Israël. Gezien de niet al te beste noteringen van beide landen (respectievelijk elfde en vijftiende), is het twijfelachtig dat de omroepen TVP en IBA volgend jaar weer present zullen zijn. De EBU slaagt er niet in een voldoende grote groep van omroepen aan zich te binden die jaarlijks de inspanning wil leveren om deel te nemen. In de wandelgangen wordt dan ook gefluisterd dat verschillende omroepen voor bijna of zelfs helemaal geen geld mee kunnen doen, om het aantal deelnemers kunstmatig hoog te houden.

Contra: Het vernieuwde stemsysteem

De puntentelling van het JESF verliep gisteren totaal anders dan in voorgaande jaren. Televoting werd afgevoerd, omdat er in veel landen amper werd gestemd en sowieso al enkel de juryuitslagen werden gebruikt, en vervangen door kinderjury’s in elk land. Die punten werden behandeld als die van de televoters en net als op het afgelopen songfestival in Stockholm door de presentatoren Ben Camille en Valerie Vella (foto) voorgelezen. Bovendien stemden er ook drie ‘experts’ mee, die niets toevoegden aan de show en de uitslag. Het schrappen van de publieksstemming is te verantwoorden, maar stuit begrijpelijk ook op verzet. De invoering van televoting op het Eurovisiesongfestival eind jaren ’90 gaf de wedstrijd een nieuwe, moderne impuls van interactiviteit en medezeggenschap. Dat element plots wegnemen en terugkeren naar 100% jurystemming, neemt die impuls weer helemaal weg.

Contra: Weinig voeling met de kinderwereld

Hoeveel Europese en Australische kinderen zullen Mzeo, de winnende song van gisteren, nog beluisteren? En datzelfde geldt voor voorgangers Not My Soul, Tu primo grande amor, The Start en Nebo. Een tendens van de laatste jaren is dat de kinderen hun eigen liedjes niet meer moeten schrijven en componeren, maar die toegestopt krijgen van ervaren schrijvers en componisten. In veel geval gaat het om liedjes die gewoon op het echte songfestival zouden kunnen staan, maar die gezongen worden door kinderen tussen de negen en de veertien. De verplaatsing naar een meer kindvriendelijk tijdstip is een stap in de goede richting, maar verandert weinig aan de eerder kindonvriendelijke inhoud. Het aantal échte kinderliedjes was gisteren op een hand te tellen, en dat is jammer op wat een Junior Eurovisiesongfestival is.

Het is onmogelijk te voorspellen of het JESF er over vijf jaar nog zal zijn of niet. Vijf jaar geleden had nagenoeg iedereen de wedstrijd ten dode opgeschreven. Al is een mogelijke piste dat de wedstrijd geleidelijk aan van minder belang zal worden en op eenzelfde niveau komt als European Young Dancers. Dat is ook een EBU-wedstrijd, maar op een veel kleinere (en goedkopere) schaal.

Foto: Andres Putting, EBU

Geef een reactie