EuroHistorie

EUROHISTORIEGESCHIEDENIS

EuroHistorie (1956-1966) – De beginjaren van het festival

Het Eurovisiesongfestival bestaat 70 jaar! In de reeks EuroHistorie blikken we kort terug op de sleutelmomenten die het Europese festival hebben gevormd zoals we dat vandaag kennen. Vandaag gaan we terug naar de prille beginjaren van het liedjesfestijn.

We schrijven 24 mei 1956 omstreeks 21.00 uur in het Teatro Kursaal in Lugano. Wie toen in de zaal aanwezig was of aan de televisie gekluisterd zat, maakte – zonder het zelf te beseffen – een stukje televisiegeschiedenis mee.

Die doordeweekse donderdag vormde namelijk het startschot van het Eurovisiesongfestival, toen beter bekend als Gran premio Eurovisione 1956 della canzone europea.

De Zwitsers en Italianen als drijvende kracht

Het zijn de Zwitsers, en in het bijzonder de Italianen, die het idee van een Europees muziekfestival op de agenda zetten bij de pas opgerichte Europese Radio-Unie (beter bekend onder het Engelse EBU-acroniem).

Voor de mosterd achter het Europese festival hoeven ze al bij al niet ver te zoeken: de vrienden van de Italiaanse openbare omroep (RAI) organiseren immers al sinds 1951 een Italiaans muziekfestival, dat we vandaag nog altijd kennen als het Festival van Sanremo.

Onder leiding van de Directeur-Generaal van de Zwitserse omroep Marcel Bezençon wordt uiteindelijk in 1955 een voorstel opgemaakt door een comité binnen de EBU dat op zoek is naar televisieprogramma’s over de landsgrenzen heen.

De rest is geschiedenis. Meneer Bezençon wordt voor zijn inzet van destijds trouwens nog altijd geëerd. Sinds 2002 krijgen we namelijk op de dag van de finale ook de uitreiking van de Marcel Bezençon Awards.

De zoektocht naar een duidelijk concept

Het nieuwe Europese muziekfestival was in de beginjaren nog duidelijk op zoek naar de verdere invulling van het evenement.

Dat de zang (onder begeleiding van een orkest) de hoofdnoot van het festival uitmaakte was in 1956 meer dan duidelijk. Toen mochten de landen nog twee inzendingen afvaardigen naar het liedjesfestijn. Dat was de enige keer in de geschiedenis. Vanaf 1957 was er één optreden per land toegelaten.

De grote finale van het Songfestival op een zaterdag in mei? Met uitzondering van de eerste editie in 1956 en deze van 1961 was dat allesbehalve de gewoonte.

Dinsdagavond, woensdagavond, zondagavond.. Ze passeerden allemaal de revue. Pas vanaf 1963 werd zaterdag de vaste dag. Meimaand = Eurovisiemaand werd dan weer pas een traditie vanaf midden jaren ‘80.

Het stemsysteem veranderde in de beginjaren ook op een constante basis. Van een televoting was logischerwijs nog allesbehalve sprake. Er werd dus volledig beroep gedaan op enkele juryleden die door de deelnemende landen werden afgevaardigd. In de beginjaren waren dat ‘gewone’ publieksmensen. Pas in 1988 werden experten opgetrommeld.

In 1956 had elk land twee juryleden die het nummer, inclusief dat van hun eigen land, een score tussen 1-10 gaven. Vanaf het jaar nadien was er een tienkoppige jury per land waarvan elk jurylid één favoriet mocht aanduiden die dan een punt kreeg. Sindsdien is stemmen op het eigen land ook uit den boze, tot op de dag van vandaag.

Maar het stemsysteem was – in het bijzonder in de beginjaren – vaak onderhevig aan veranderingen.

Zo was er in 1962 per land eveneens sprake van een tienkoppige jury waarbij de gezamenlijke favoriet van de jury in principe 3 punten kreeg, de tweede 2 punten en de derde 1 punt.

Met een telefoon in de hand baanden de presentatoren van destijds zich een weg doorheen heel Europa. Onderstaande beelden uit 1957 geven een mooi beeld van deze oldskool voting. Merk daarbij het gebruik van Romeinse cijfers op het scorebord op.

play

De eerste uitbreiding

De zeven stichtende landen bleken in ieder geval een interessante formule te hebben gevonden voor televisiekijkend Europa. Van 7 deelnemers in 1956 was het deelnemersveld 10 jaar later al meer dan verdubbeld naar 16 deelnemende landen.

Die landen kwamen trouwens uit alle windstreken uit Europa. Oostenrijk, Denemarken, het Verenigd Koninkrijk, Zweden, Monaco, Noorwegen, Finland, Spanje en Portugal sloten allemaal in de beginjaren aan.

Ook één socialistisch land verscheen op het Eurovisiesongfestivalpodium: als stichtend land van de achterliggende organisatie (EBU) maakte Joegoslavië in 1961 een debuut.

Geen enkel ander land van achter het zogenaamde ‘ijzeren gordijn’ nam ooit deel aan het Songfestival tijdens de periode van de Koude Oorlog. De Sovjet-Unie alsook enkele satellietstaten (Bulgarije, Roemenië,..) zonden het festival soms wel uit.

play

Klassiekers & Belgische resultaten

Het festival mag dan nog in zijn kinderschoenen hebben gestaan, toch leverde het al een pak klassiekers op in Europa, maar ook ver daarbuiten.

Te denken valt uiteraard aan enkele van de winnaars. Het iconische Poupée de cire, poupée de son van France Gall (Luxemburg 1965) of Gigliola Cinquetti’s Non Ho L’Età (Italië 1964) zijn uiteraard maar enkele voorbeelden.

De Belgische resultaten waren niet meteen om over naar huis te schrijven. In de beginperiode werden maar liefst drie laatste plaatsen (1961, 1962 en 1965) gesprokkeld.

De grootste Songfestivalhit uit die periode komt evenwel van iemand die het festival niet kon winnen. In 1958 bracht Domenico Modugno zijn Volare, waarvan de officiële titel Nel blu, dipinto di blu luidt. Hij sleepte er een 3de plaats mee in de wacht.

De Italiaan kwam in de beginjaren nog tweemaal terug naar het festival, in 1959 en 1966. In dat laatste jaar zorgde hij trouwens voor de enige behaalde laatste plaats in de Italiaanse Songfestivalgeschiedenis.

play

Advertentie