Twee dagen na de halve finale stonden de schijnwerpers opnieuw op het Palace of Sports voor de finale van het 50e Eurovisiesongfestival.
De feestelijkheden daarvoor waren niet tijdens deze uitzending merkbaar, maar wel tijdens een speciaal feestprogramma dat in oktober 2005 vanuit Kopenhagen uitgezonden zou worden. In de finale werd er halfweg de liedjes enkel wat reclame gemaakt voor het eerste officiële boek over het Songfestival ooit, geschreven door John Kennedy O’Connor.
Naar aanleiding van de vijftigste editie van het Songfestival verscheen er een officieel boek in zeven verschillende talen, waarvoor tijdens de uitzendingen ook al reclame werd gemaakt.
Het was lange tijd onduidelijk of het Songfestival 2005, de vijftigste editie, wel in Oekraïne zou kunnen doorgaan. De economische situatie van zowel het land zelf als van zijn openbare omroep was weinig rooskleurig.
In november 2004 raakte het land dan nog verzeild in een politieke crisis door de Oranjerevolutie. De gekozen locatie moest grondig gerenoveerd worden, maar de werken liepen vertraging op. Pas begin mei, luttele dagen voor de start van de repetities, was de zaal klaar.
Politiek is nooit veraf van het Songfestival, en in 2005 was dat niet anders. De preselectie van het gastland werd gewonnen door een strijdlied van de eerder vermelde Oranjerevolutie. De tekst en het arrangement moesten worden gewijzigd om er een inzending van te maken die de regels van het Songfestival respecteerde.
Daarnaast zou 2005 het jaar zijn waarin Libanon zijn debuut maakte op het Songfestival. Het land had al een Franstalige ballade als inzending gekozen, maar trok zich terug toen bleek dat het ook het optreden van Israël zou moeten uitzenden. Tot op he- den heeft Libanon nog nooit deelgenomen.
Over 2005
Ruslana, de winnares van 2004, zou de happening presenteren. Maar amper een week voor de liveshows werd ze in allerijl vervangen door een populaire Oekraïense televisiepresentatri- ce. Officieel wilde ze zich meer voorbereiden op haar liveacts tijdens de uitzendingen, maar naar verluidt bleek haar Engelse talenknobbel onvoldoende ontwikkeld te zijn.
Net als vorig jaar begon de finale met de winnares van het vorige jaar die een verkorte reprise van zowel haar winnende nummer als haar nieuwe single bracht. In het geval van Ruslana ging het respectievelijk om Wild Dances en Heart On Fire. Ze zou nog terugkeren bij de pauzeact en tussen de puntentelling door, om artiesten te interviewen in de greenroom.
Naar verluidt had de Oekraïense omroep haar overwogen als presentatrice, maar bleken haar slechte Engelse capaciteiten haar kandidatuur parten te hebben gespeeld.
De televoting werd geopend door twee Oekraïense boksers, Vitali en Wladimir Klitschko. Maar de presentatie gebeurde vooral door Maria Efrosinina en Pavlo Shylko, die zich doorheen de avond schreeuwden in het Engels en hun versie van het Frans. Na de gebruikelijke openingswoorden, begonnen de liedjes.

Maria Efrosinina & Pavlo Shylko
Bulgarije en Moldavië debuteerden, en Honga- rije was er voor het eerst sinds 1998 weer bij. Daardoor namen er 39 landen deel en lag het re- cord van het vorige jaar alweer aan diggelen. In de halve finale namen 25 landen deel, één meer dan in de eigenlijke finale. Het huidige systeem kreeg nu al de kritiek uit zijn voegen te barsten.
De Moldaviërs maakten vooral in de halve finale een goede beurt met een lied en act rond een trommelende oma. Andersom deden de Letten beduidend betere zaken in de finale (de vijfde plaats) dan in de halve finale (de tiende).
Opvallend: de Grote Vier bezetten de onderste vier plaatsen van het scorebord in de finale. Het management van de Duitse zangeres Gracia had massaal zelf singles gekocht om het lied te kunnen laten deelnemen aan de preselectie, maar de return was met amper vier punten in Kiev wel erg beperkt.
In de halve finale waren vijftien landen afgevallen, en in de finale bleven er nog 24 over. De landen van de Grote 4 deden het dit jaar erbarmelijker dan ooit tevoren, en bezetten de vier laagste plekken in het klassement.
De Britse Javine was nochtans een favoriete, en de Duitse Gracia had feitelijk niet eens mogen deelnemen: haar producer had zelf massaal veel singles gekocht van zijn pupil, zodat ze toegang kreeg tot de Duitse Songfestivalvoorronde en uiteindelijk het ESF zelf. Al die moeite ter spijt eindigde Run & Hide op de allerlaatse plaats.
Slechts één plek boven de Grote 4 eindigde gastland Oekraïne. Dat had de eerst zeer politieke tekst van het lied Razom nas bahato moeten wijzigen op aandringen van de EBU, maar de act liet nog steeds niet veel aan de verbeelding over. De kijker was echter genadeloos en liet ook de gewijzigde boodschap links liggen.
Op een land na haalden alle landen uit de halve finale de eerste helft van het klassement. Enkel (VJR) Macedonië werd ‘slechts’ zeventiende. Denemarken tuimelde enkele plekken naar beneden en werd nu negende, en ook Roemenië pakte nu maar het brons.
Shiri Maimon uit Israël steeg dan weer drie plekken, en vooral de Letten deden goede zaken: Walters & Kazha illustreerden hun vredeslied The War Is Not Over met gebarentaal, en in combinatie met een uitstekende loting, aten de telestemmers plots uit hun gebarende handen.
Drie landen stuurden artiesten met ervaring: Constantinos Christoforou was in 1996 negende en in 2002 zesde geëindigd, maar werd nu achttiende. De andere twee ex-kandidaten vormden de top twee van de avond: Malta werd net als in 1998 vertegenwoordigd door zangers Chiara, die toen derde was geëindigd en het nu een plekje beter deed.
Haar overwinning in de voorronde was omstreden omdat ze in een deel van het eiland niet uitgezonden was geweest door een storing. Maar met Angel pakte ze een groot deel van de televoters in en werd ze puik tweede.
Helena Paparizou had in 2001 deelgenomen als lid van de groep Antique, en nu nam de Grieks-Zweedse opnieuw deel voor Griekenland, maar dan solo. Een gelikte dansact leverde My Number One het leeuwendeel van de stemmen op, al was de overwinning minder klinkend dan vorig jaar en lagen de punten veel meer uit elkaar.
De Griekse Helena Paparizou gold op voorhand als te kloppen favoriete. Na een zeer moeizame start in de puntentelling won Paparizou met een van de laagste gemiddelde scores in het toen- malige stemsysteem. De Maltese Chiara, die in 1998 al derde was geëindigd, deed het nu nog een plekje beter..

Helena Paparizou
België en Nederland
Zowel België als Nederland waren uitgeschakeld in de halve finale en mochten zo niet deelnemen aan de finale van het ESF 2005.
Nuno Guilherme de Figueiredo Resende werd in 1973 geboren in het Portugese Porto. Op twaalfjarige leeftijd emigreerde hij met zijn gezin naar ons land. Hij raakte bekend in Franstalig België na zijn deelname aan de RTBF-talentenjacht Pour la gloire, die eerder al Songfestivalkandidaten Mélanie Cohl en Nathalie Sorce had opgeleverd.
In 2000 was hij als zesde gefinisht in de Waalse preselectie als zanger van de groep La Teuf. Daarna bouwde hij een carrière op als musicalzanger. Zowel in België als in Frankrijk acteerde hij in versies van onder meer Romeo & Julia, Belle & het beest en Grease.
Zijn uiteindelijk weinig succesvolle Songfestivaldeelname in 2005 zette geen domper op zijn succes. In 2013 werd hij derde in de Franse versie van de talentenjacht The Voice. Zes jaar later hernam hij zijn rol in Romeo & Julia en mocht hij mee op tournee door Azië.
De pauze en de punten
Na een gevarieerde pauzeact met percussiemuziek, gedans en nog meer schermtijd voor Ruslana, begon de stemming, die dit jaar nog langer duurde door de extra landen. De landen stemden op startvolgorde: eerst alle niet-geplaatste landen uit de halve finale, en dan de 24 finalisten.
De puntentelling verliep erg chaotisch met punten die in het rond werden gestrooid over het hele scorebord, en na een korte strijd tussen Letland en Griekenland, waren het vooral de 24 finalisten die resoluut hadden gestemd op Helena Paparizou.

Het scorebord
Met een score van 6,05 punten per land werd het ook de minst gewaardeerde winnaar tot hiertoe qua puntengemiddelde. My Number One werd natuurlijk een hit in Griekenland en Zweden, maar brak elders niet al te veel potten. Maar het was al de vijfde keer op rij dat een nieuw land het Songfestival won en mocht organiseren – en het was nog niet voorbij.
Helena Paparizou werd in 1982 geboren in Zweden, als kind van Griekse ouders. Ondanks haar astma begon ze op zeer jonge leeftijd al met zingen, muziek spelen, dansen en acteren. Samen met Nikos Panagiotidis, ook een in Zweden geboren en getogen Griek, vormde ze op zeventienjarige leeftijd het duo Antique, dat enkele hits scoorde in Scandinavië met mediterraans geïnspireerde popliedjes.
Helena en Nikos waagden hun kans in de Griekse preselectie van 2001, die ze nipt won- nen. Op het Songfestival in Kopenhagen werden ze puik derde (zie bladzijde 424). Antique hield het in 2003 voor bekeken, en Paparizou trachtte een solocarrière te lanceren in haar vaderland.
Ze verhuisde in 2004 naar Griekenland en werd een jaar later al door de omroep als Songfesti- valkandidate gekozen. Na haar overwinning in Kiev bleef ze vooral bekend in haar twee vaderlanden. In 2014 werd ze vierde in de Zweedse preselectie Melodifestivalen, en in Griekenland is ze nog te zien als coach in de plaatselijke versie van The Voice.
De uitzendingen op TV1 kregen weinig bekijks. De halve finale trok 640.000 kijkers, de finale 752.000. Voor het eerst sinds 2001, toen België evenmin in de finale stond, keken er minder dan een miljoen Vlamingen. De Waalse kijkcijfers waren nog erger: beide uitzendingen trokken minder dan 200.000 Franstalige fans.
My Number One haalde, weinig verrassend, de top van de hitlijsten in Griekenland en Zweden. Ook in Roemenië, Hongarije en Vlaanderen (#10) haalde het lied de top tien. Verder was het succes beperkt, met in Wallonië slechts een 36ste plek.